vrijdag 5 oktober 2012

Valkuilen voor participatie

Geachte Burgemeester,

Geachte genodigden,

Het is voor mij een eer u vanavond te woord te staan op de kick-off van Changemakers Oost-Vlaanderen.
Dit project wenst etnisch – culturele minderheden letterlijk een stem te geven in het beleid door inspraak mogelijk te maken via vorming van brugfiguren.
Participatie is vandaag een hype en met reden.
Ten eerste leidt een grotere vorm van betrokkenheid tot beter beleid. De mensen op het terrein zijn ervaringsdeskundigen en kennen vaak beter de problemen en de oplossingen dan beleidsmakers achter een bureau. Vroeger werd dit anders verwoord. Vroeger zei men: 'De beste boswachters zijn ooit stropers geweest'.
Ten tweede leidt participatie tot een grotere aanvaarding van het beleid en tot grotere identificatie hiermee. Dit is logisch. Door inspraak mogelijk te maken, worden de belangen en de perspectieven van de verschillende actoren duidelijk en kan men hiermee rekening houden in beleidskeuzes.
Maar hoewel participatie in de mode is, is participatie geen evidentie. Ik wil het daarom vanavond voornamelijk hebben over de valkuilen bij participatie.
De eerste valkuil is valse inspraak. Deelnemers aan een adviesorgaan moeten serieus worden genomen. Harde afspraken moeten nageleefd. Ik permiteer me hierbij Jente Leus, beleidsmedewerker integratie van de stad Aalst, te citeren: “De Stad Aalst heeft sinds 2001 een eigen integratiedienst. Gedurende de eerste jaren van haar werking werd vanuit die dienst een minderhedenoverleg georganiseerd. (…) Net zoals in veel andere gemeenten was de opkomst wisselend en niet zo hoog. Hiervoor waren er verschillende redenen:” En ja, één ervan was: “Vaak hadden deelnemers het gevoel dat het bij praten bleef en er geen concrete resultaten op het terrein zelf werden geboekt.”
De literatuur zegt hierover:
“Het is voor de onderhandelaar van groot belang zijn integriteit te handhaven. Zijn woord moet voor de tegenpartij stevig houvast bieden. Als hij iets belooft, moet hij zich eraan houden. (...) Wekt hij wantrouwen, dan worden ze aan de andere kant van de tafel nerveus. Misschien breken ze de onderhandelingen af. (...) Een onderhandelaar mag zich hard opstellen, hij mag een wat ruige stijl hebben. Hij mag gewiekst doen, al moet hij niet overdrijven. Maar hij moet betrouwbaar zijn.”
Toegepast op beleidsparticipatie betekent dit werkelijk ruimte geven om te wegen op het beleid, want dat is uiteindelijk het doel van deelname aan een adviesraad: adviezen formuleren om het beleid te beïnvloeden zodat deze rekening houdt met de belangen en inzichten van de deelnemers aan de adviesraad. Hierbij is zowel de inhoud van het advies als de manier waarop men tot dit advies is gekomen van belang. Beide zullen ongetwijfeld onderwerp zijn van de vormingen van het project Changemakers.
Een tweede valkuil bij participatie is gebrek aan communicatie en aan transparantie. Het kán voorkomen dat gemaakte afspraken niet kunnen uitgevoerd worden. Dat kan, maar dat moet in ieder geval duidelijk gecommuniceerd worden om samen naar een alternatieve oplossing te zoeken.
Een derde valkuil is gebrek aan ervaring en aan geduld. Niet iedereen is even diplomatisch aangelegd. De etnisch-culturele minderheden ondergaan dagelijks veel onrecht. Hierdoor kunnen kritieken zeer hard geformuleerd worden en zeer hard overkomen. Dit kan deels opgevangen worden door aangepaste vorming zoals het project Changemakers voor ogen heeft.
Een vierde valkuil is zich bij participatie uitsluitend te focussen op deelname aan adviesorganen. Het is belangrijk te onthouden dat de meest evidente, de gemakkelijkste en de meest laagdrempelige vorm van participatie voor vele leden van onze doelgroepen er in bestaat mee te helpen aan activiteiten van de eigen organisaties en aldus mee te helpen aan de versterking van het allochtoon middenveld. Over het belang van dit soort laagdrempelige participatie in zelforganisaties schrijft Kanmaz in haar boek “Islamitische ruimtes in de stad. De ontwikkeling van gebedsruimtes, moskeeën en islamitische centra in Gent” dat "gescheiden participatie beter is dan geen participatie en dat ze bovendien de wegbereiders zijn naar vrijwillige participatie in gemengde organisaties". Het is hierbij belangrijk te beseffen dat het de organisatie van minderheden rondom brugfiguren is die hen – die brugfiguren- juist de nodige legitimiteit geeft wanneer ze ergens het woord voeren en het is ten slotte diezelfde organisatie rondom brugfiguren die ervoor zorgt dat projecten en voorstellen een draagvlak krijgen binnen de gemeenschappen. Organisatie van etnisch-culturele minderheden is dus minstens even belangrijk als deelname aan inspraakorganen. Het verheugt me dan ook te zien dat dit een signaal is die door het Minderhedenforum is opgevangen en dat organisatiegebonden vormingen in het project Changemakers een plaats hebben gekregen. Gezien het belang dat ik zelf aan dit soort vormingen hecht, vind ik dat het project Changemakers niet alleen een goed project is, maar vooral een verbeterde kopie is van het Empowerment -project waar het Minderhedenforum reeds zijn sporen heeft verdiend in het vormen van een allochtoon kader.
Ik wens Changemakers alle succes toe! Ik dank u voor uw aandacht.

Toespraak tijdens de Kick-Off van Changemakers Oost-Vlaanderen op 22 juni 2012 te Gent

Participatie als antwoord op de verkleuring van Aalst

“Aalst, een nieuwe thuis voor Brusselaars.” titelde Brussel Deze Week nog recentelijk . Ja, Aalst verandert. Aalst verkleurt. Daar kan niemand naast kijken. Maar hoe moet de stad Aalst daarmee omgaan?

Het Aalsters vluchtelingenplatform heeft daarover een aantal ideeën. Eén van onze centrale eisen hierbij is “participatie” van vluchtelingen en van etnisch-culturele minderheden aan het beleid. Dit om hen te betrekken bij wat er in hun buurt gebeurt en bij wat er over hun omgeving wordt beslist en om ervoor te zorgen dat ook hun ideeën over hoe ze Aalst zien en ervaren worden gehoord. Want welke inzichten en oplossingen op de agenda van beleidsmakers komen, hangen in eerste instantie af van wie men heeft geraadpleegd.

Participatie is al een tijdje een hype. In een verkiezingsprogramma van 2009 van één van de meerderheidspartijen van het Aalters stadsbestuur lees ik: “Een grotere vorm van betrokkenheid leidt tot betere besluitvorming en dus tot beter beleid. Participatie aan de besluitvorming leidt ook tot een grotere aanvaarding van dat beleid en tot grotere identificatie met de samenleving ”. En verder dat participatieve vormen van democratie “gemeenschapsvormend” zijn en “een dam opwerpen tegen onverdraagzaamheid en afbrokkeling van het sociale weefsel”. En tenslotte dat “politiek met de mensen en niet alleen voor de mensen wordt gevoerd”.

Participatie is een groot woord en onder participatie kan men veel verstaan. Maar voor alle duidelijkheid de invulling van de term participatie vertaalt zich in een reeks “kleine” beslissingen. Een aantal voorbeelden: de oprichting van een adviesorgaan voor integratie, de versterking van brugfiguren met vorming, een aangepaste omkadering, maar ook door hen invloed en ook een beetje macht te geven, het stimuleren van het allochtoon middenveld door infrastructuur toegankelijk te maken, aanwerving van divers personeel, want om de Vlaamse minister van Integratie Geert Bourgeois te citeren:

“Diversiteit geeft ons de mogelijkheid een meer klantgerichte dienstverlening te garanderen. Hoe diverser de … overheid, hoe toegankelijker ze is voor de Vlaamse samenleving en hoe beter de … overheid kan inspelen op de noden van deze samenleving. ”

Het doet deugd te lezen dat ook weinig vanzelfsprekende spelers zoals het IMF (het Internationale Munt Fonds) zich achter participatie scharen. In studiewerk schrijft het IMF : “Een herstel van de onderhandelingsmacht van de lagere inkomens kan een zeer efficiënte maatregel zijn om de kans op zware recessies te verminderen".

Tot voor kort kon men in Aalst als beleidsmaker de ogen sluiten voor immigratie. Het aantal inwijkelingen in Aalst maakt zo’n houding vandaag onmogelijk. Ik ben dan ook voorzichtig optimistisch gestemd voor de toekomst.


 
De interlevensbeschouwelijke asielwake van Jebron gaat door naar aanleiding van de Internationale Dag van de Vluchteling op 20 juni 2012. Er is me gevraagd om hierover iets te vertellen.

De boodschap die de vluchtelingenorganisaties en asielinstanties dit jaar met de campagne ‘Refugee for a day’ willen uitdragen is de volgende:

Niemand vlucht uit vrije wil. Vluchtelingen moeten alles en iedereen achterlaten om te ontsnappen aan het geweld dat hen wordt aangedaan. Vaak zien ze hun thuis voor zich in vlammen opgaan, en daarmee ook hun toekomst op die plaats. Ze vluchten niet uit opportunisme, maar om te overleven. Een goed onthaal en gastvrij opvang zijn belangrijk voor vluchtelingen die Europa en België uiteindelijk bereiken. Ook Aalst heeft daar een verantwoordelijkheid.

Om deze boodschap uit te dragen zijn een aantal activiteiten gepland:

De eerste gaat door op maandag 18 juni te Brussel waar een visueel spektakel te zien zal zijn om te tonen dat vluchten nooit vrijwillig is.

De tweede gaat door op 20 juni 2012, op Wereldvluchtelingendag zelf, aan verschillende treinstations waaronder die van Aalst en Erembodegem, waar de vrijwilligers van het Aalsters Vluchtelingenplatform instaan voor het uitdelen van originele flyers.

Het Aalsters Vluchtelingenplatform sluit zich ook aan bij de campagne “Gastvrije gemeente” van Vluchtelingenwerk Vlaanderen. Wie wil meehelpen, kan vanavond een bordje met “Gastvrije gemeente” meekrijgen.


Toespraak tijdens de interlevensbeschouwelijke asielwake op 16 juni 2012 te Aalst