Geachte Burgemeester,
Geachte genodigden,
Het is voor mij een eer u vanavond te woord te staan op de kick-off van Changemakers Oost-Vlaanderen.
Dit project wenst etnisch – culturele minderheden letterlijk een stem te geven in het beleid door inspraak mogelijk te maken via vorming van brugfiguren.
Participatie is vandaag een hype en met reden.
Ten eerste leidt een grotere vorm van betrokkenheid tot beter beleid. De mensen op het terrein zijn ervaringsdeskundigen en kennen vaak beter de problemen en de oplossingen dan beleidsmakers achter een bureau. Vroeger werd dit anders verwoord. Vroeger zei men: 'De beste boswachters zijn ooit stropers geweest'.
Ten tweede leidt participatie tot een grotere aanvaarding van het beleid en tot grotere identificatie hiermee. Dit is logisch. Door inspraak mogelijk te maken, worden de belangen en de perspectieven van de verschillende actoren duidelijk en kan men hiermee rekening houden in beleidskeuzes.
Maar hoewel participatie in de mode is, is participatie geen evidentie. Ik wil het daarom vanavond voornamelijk hebben over de valkuilen bij participatie.
De eerste valkuil is valse inspraak. Deelnemers aan een adviesorgaan moeten serieus worden genomen. Harde afspraken moeten nageleefd. Ik permiteer me hierbij Jente Leus, beleidsmedewerker integratie van de stad Aalst, te citeren: “De Stad Aalst heeft sinds 2001 een eigen integratiedienst. Gedurende de eerste jaren van haar werking werd vanuit die dienst een minderhedenoverleg georganiseerd. (…) Net zoals in veel andere gemeenten was de opkomst wisselend en niet zo hoog. Hiervoor waren er verschillende redenen:” En ja, één ervan was: “Vaak hadden deelnemers het gevoel dat het bij praten bleef en er geen concrete resultaten op het terrein zelf werden geboekt.”
De literatuur zegt hierover:
“Het is voor de onderhandelaar van groot belang zijn integriteit te handhaven. Zijn woord moet voor de tegenpartij stevig houvast bieden. Als hij iets belooft, moet hij zich eraan houden. (...) Wekt hij wantrouwen, dan worden ze aan de andere kant van de tafel nerveus. Misschien breken ze de onderhandelingen af. (...) Een onderhandelaar mag zich hard opstellen, hij mag een wat ruige stijl hebben. Hij mag gewiekst doen, al moet hij niet overdrijven. Maar hij moet betrouwbaar zijn.”
Toegepast op beleidsparticipatie betekent dit werkelijk ruimte geven om te wegen op het beleid, want dat is uiteindelijk het doel van deelname aan een adviesraad: adviezen formuleren om het beleid te beïnvloeden zodat deze rekening houdt met de belangen en inzichten van de deelnemers aan de adviesraad. Hierbij is zowel de inhoud van het advies als de manier waarop men tot dit advies is gekomen van belang. Beide zullen ongetwijfeld onderwerp zijn van de vormingen van het project Changemakers.
Een tweede valkuil bij participatie is gebrek aan communicatie en aan transparantie. Het kán voorkomen dat gemaakte afspraken niet kunnen uitgevoerd worden. Dat kan, maar dat moet in ieder geval duidelijk gecommuniceerd worden om samen naar een alternatieve oplossing te zoeken.
Een derde valkuil is gebrek aan ervaring en aan geduld. Niet iedereen is even diplomatisch aangelegd. De etnisch-culturele minderheden ondergaan dagelijks veel onrecht. Hierdoor kunnen kritieken zeer hard geformuleerd worden en zeer hard overkomen. Dit kan deels opgevangen worden door aangepaste vorming zoals het project Changemakers voor ogen heeft.
Een vierde valkuil is zich bij participatie uitsluitend te focussen op deelname aan adviesorganen. Het is belangrijk te onthouden dat de meest evidente, de gemakkelijkste en de meest laagdrempelige vorm van participatie voor vele leden van onze doelgroepen er in bestaat mee te helpen aan activiteiten van de eigen organisaties en aldus mee te helpen aan de versterking van het allochtoon middenveld. Over het belang van dit soort laagdrempelige participatie in zelforganisaties schrijft Kanmaz in haar boek “Islamitische ruimtes in de stad. De ontwikkeling van gebedsruimtes, moskeeën en islamitische centra in Gent” dat "gescheiden participatie beter is dan geen participatie en dat ze bovendien de wegbereiders zijn naar vrijwillige participatie in gemengde organisaties". Het is hierbij belangrijk te beseffen dat het de organisatie van minderheden rondom brugfiguren is die hen – die brugfiguren- juist de nodige legitimiteit geeft wanneer ze ergens het woord voeren en het is ten slotte diezelfde organisatie rondom brugfiguren die ervoor zorgt dat projecten en voorstellen een draagvlak krijgen binnen de gemeenschappen. Organisatie van etnisch-culturele minderheden is dus minstens even belangrijk als deelname aan inspraakorganen. Het verheugt me dan ook te zien dat dit een signaal is die door het Minderhedenforum is opgevangen en dat organisatiegebonden vormingen in het project Changemakers een plaats hebben gekregen. Gezien het belang dat ik zelf aan dit soort vormingen hecht, vind ik dat het project Changemakers niet alleen een goed project is, maar vooral een verbeterde kopie is van het Empowerment -project waar het Minderhedenforum reeds zijn sporen heeft verdiend in het vormen van een allochtoon kader.
Geachte genodigden,
Het is voor mij een eer u vanavond te woord te staan op de kick-off van Changemakers Oost-Vlaanderen.
Dit project wenst etnisch – culturele minderheden letterlijk een stem te geven in het beleid door inspraak mogelijk te maken via vorming van brugfiguren.
Participatie is vandaag een hype en met reden.
Ten eerste leidt een grotere vorm van betrokkenheid tot beter beleid. De mensen op het terrein zijn ervaringsdeskundigen en kennen vaak beter de problemen en de oplossingen dan beleidsmakers achter een bureau. Vroeger werd dit anders verwoord. Vroeger zei men: 'De beste boswachters zijn ooit stropers geweest'.
Ten tweede leidt participatie tot een grotere aanvaarding van het beleid en tot grotere identificatie hiermee. Dit is logisch. Door inspraak mogelijk te maken, worden de belangen en de perspectieven van de verschillende actoren duidelijk en kan men hiermee rekening houden in beleidskeuzes.
Maar hoewel participatie in de mode is, is participatie geen evidentie. Ik wil het daarom vanavond voornamelijk hebben over de valkuilen bij participatie.
De eerste valkuil is valse inspraak. Deelnemers aan een adviesorgaan moeten serieus worden genomen. Harde afspraken moeten nageleefd. Ik permiteer me hierbij Jente Leus, beleidsmedewerker integratie van de stad Aalst, te citeren: “De Stad Aalst heeft sinds 2001 een eigen integratiedienst. Gedurende de eerste jaren van haar werking werd vanuit die dienst een minderhedenoverleg georganiseerd. (…) Net zoals in veel andere gemeenten was de opkomst wisselend en niet zo hoog. Hiervoor waren er verschillende redenen:” En ja, één ervan was: “Vaak hadden deelnemers het gevoel dat het bij praten bleef en er geen concrete resultaten op het terrein zelf werden geboekt.”
De literatuur zegt hierover:
“Het is voor de onderhandelaar van groot belang zijn integriteit te handhaven. Zijn woord moet voor de tegenpartij stevig houvast bieden. Als hij iets belooft, moet hij zich eraan houden. (...) Wekt hij wantrouwen, dan worden ze aan de andere kant van de tafel nerveus. Misschien breken ze de onderhandelingen af. (...) Een onderhandelaar mag zich hard opstellen, hij mag een wat ruige stijl hebben. Hij mag gewiekst doen, al moet hij niet overdrijven. Maar hij moet betrouwbaar zijn.”
Toegepast op beleidsparticipatie betekent dit werkelijk ruimte geven om te wegen op het beleid, want dat is uiteindelijk het doel van deelname aan een adviesraad: adviezen formuleren om het beleid te beïnvloeden zodat deze rekening houdt met de belangen en inzichten van de deelnemers aan de adviesraad. Hierbij is zowel de inhoud van het advies als de manier waarop men tot dit advies is gekomen van belang. Beide zullen ongetwijfeld onderwerp zijn van de vormingen van het project Changemakers.
Een tweede valkuil bij participatie is gebrek aan communicatie en aan transparantie. Het kán voorkomen dat gemaakte afspraken niet kunnen uitgevoerd worden. Dat kan, maar dat moet in ieder geval duidelijk gecommuniceerd worden om samen naar een alternatieve oplossing te zoeken.
Een derde valkuil is gebrek aan ervaring en aan geduld. Niet iedereen is even diplomatisch aangelegd. De etnisch-culturele minderheden ondergaan dagelijks veel onrecht. Hierdoor kunnen kritieken zeer hard geformuleerd worden en zeer hard overkomen. Dit kan deels opgevangen worden door aangepaste vorming zoals het project Changemakers voor ogen heeft.
Een vierde valkuil is zich bij participatie uitsluitend te focussen op deelname aan adviesorganen. Het is belangrijk te onthouden dat de meest evidente, de gemakkelijkste en de meest laagdrempelige vorm van participatie voor vele leden van onze doelgroepen er in bestaat mee te helpen aan activiteiten van de eigen organisaties en aldus mee te helpen aan de versterking van het allochtoon middenveld. Over het belang van dit soort laagdrempelige participatie in zelforganisaties schrijft Kanmaz in haar boek “Islamitische ruimtes in de stad. De ontwikkeling van gebedsruimtes, moskeeën en islamitische centra in Gent” dat "gescheiden participatie beter is dan geen participatie en dat ze bovendien de wegbereiders zijn naar vrijwillige participatie in gemengde organisaties". Het is hierbij belangrijk te beseffen dat het de organisatie van minderheden rondom brugfiguren is die hen – die brugfiguren- juist de nodige legitimiteit geeft wanneer ze ergens het woord voeren en het is ten slotte diezelfde organisatie rondom brugfiguren die ervoor zorgt dat projecten en voorstellen een draagvlak krijgen binnen de gemeenschappen. Organisatie van etnisch-culturele minderheden is dus minstens even belangrijk als deelname aan inspraakorganen. Het verheugt me dan ook te zien dat dit een signaal is die door het Minderhedenforum is opgevangen en dat organisatiegebonden vormingen in het project Changemakers een plaats hebben gekregen. Gezien het belang dat ik zelf aan dit soort vormingen hecht, vind ik dat het project Changemakers niet alleen een goed project is, maar vooral een verbeterde kopie is van het Empowerment -project waar het Minderhedenforum reeds zijn sporen heeft verdiend in het vormen van een allochtoon kader.
Ik wens Changemakers alle succes toe! Ik dank u voor uw aandacht.

